Ooit heb je van die periodes waarin even alles tegenzit. Dat het ritme van de dag op zich prima verloopt, maar er tegelijkertijd iets op de achtergrond sluimert dat je afleidt, waardoor je er niet écht inkomt. Een kutdag kun je het niet noemen, maar je hebt er ook niet echt een andere benaming voor. Dus noem je het maar een kutdag bij gebrek aan een betere bewoording. Misschien dat ik het anders had kunnen noemen als ik iets creatiever was geweest? Een rotdag? Een slechte dag? Of misschien een rode dag? Nee, gewoon een kutdag. We zijn de eerste alinea nog niet eens voorbij en ik heb al drie keer gescholden. Ach ja, dat hoort er wel eens bij.

Maar weet je wat het is: het maakt niet uit als het even een keer tegenzit of als het allemaal niet loopt zoals je van tevoren verwacht had. Het kan wel rete-irritant zijn en je bloed doen koken, maar dat hoort er ook bij. Zó, de clichés zijn eruit.

Dus, als je nu een rotdag hebt, een klotedag of iets anders wat daarbij in de buurt komt, heb ik iets voor je. Iets om je dag wat op te vrolijken en hopelijk een kleine glimlach op je gezicht te toveren.

Zie hier: Kaat en Karel!

Als je die twee ziet, dan kun je toch niet chagrijnig blijven? Kijk ze eens bij elkaar liggen. Karel is degene die met zijn pootje over Kaat heen ligt. Lekker duidelijk toch? Wat een heerlijk leven hebben ze toch ook; lekker chillen en samen knuffelen als het te koud wordt. Soms stoeien ze met elkaar om vervolgens weer tegen elkaar aan te kruipen. Ze zeggen wel eens iets over een hondenleven, maar een kattenleven mag er toch ook wel zijn.

En zo begon het.

Nu we het toch over Kaat en Karel hebben, zal ik je uitleggen hoe zij in ons leven terecht zijn gekomen. Kaat, die toen nog bekendstond als Karel (vertel ik je zo), woonde eerst bij de oma van Ils. De oma van Ils was ziek en wilde nog graag een katje, aangezien ze al heel haar leven katten en poezen had gehad. We hadden afgesproken dat, wanneer het niet meer zou gaan, wij Karel (geen schrijffout) zouden overnemen. We woonden toen nog antikraak in een heel groot huis in Deurne, waar we meer dan genoeg ruimte hadden. Eigenlijk mochten we helemaal geen huisdieren, maar nadat we de situatie hadden uitgelegd aan de beheerder van het pand, kregen we toch toestemming.

Toen wij Karel in huis kregen — die uiteindelijk bij het castreren een Kaat bleek te zijn en dus gesteriliseerd moest worden — was ze de eerste dag nogal schuw. Autorijden vindt ze niet fijn en een nieuwe omgeving is natuurlijk ook heel spannend. Vooral als het zo’n spookhuis is zoals in Deurne. De tweede dag lag ze al gelijk bij Ils op schoot en een tijdje later ook op die van mij.

Na een aantal jaar antikraak gewoond te hebben, kregen we helaas het bericht: we gaan de woning verkopen en jullie moeten het huis verlaten. Zoals je je kunt voorstellen vonden wij dit heel jammer. We hadden de afgelopen jaren met veel plezier antikraak gewoond. We kregen de mogelijkheid om eventueel nog ergens anders antikraak te wonen, maar dan mocht Kaatje dit keer niet mee.

We hadden al allerlei scenario’s bedacht: we nemen Kaat gewoon mee en vertellen niet dat we een kat hebben. Dat is natuurlijk niet de manier, dus hebben we dit plan maar afgeschoten. Daarna bedachten we dat we Kaatje eventueel bij de moeder van Ils konden laten wonen zolang we nog antikraak woonden. Zodra we dan een normale (huur)woning zouden krijgen, namen we Kaatje gelijk weer terug; het zou echt maar een korte periode zijn. Gewoon zolang als het zou duren.

Met bovenstaand idee hadden we uiteindelijk vrede. De woningmarkt is gewoon lastig en we moesten toch ergens wonen; dit was de makkelijkste en goedkoopste oplossing.

Het Rammstein-moment

En toen was er het Rammstein-moment. Ils zou ’s avonds naar een Rammstein-concert gaan en werkte die dag een keer thuis, zodat ze zich in de tussentijd kon klaarmaken en op tijd kon vertrekken naar Nijmegen. Tijdens het plaatsen van een grafmonument werd ik gebeld door Ils, die klonk alsof ze in paniek was. “Je moet nu op Whatsapp kijken!” Maar het was geen paniek, nee, het was enthousiasme. Supersnel opende ik Whatsapp op m’n telefoon en daar zag ik het.

“Kijk nu op Whatsapp!”

De foto die ik daar op mijn schermpje zag, was van een heel klein zwart katje met ontstoken oogjes die door onze woonkamer aan het rennen was. ‘What the fuck’, dacht ik.

Al de hele dag hoorde Ils een piepgeluidje uit de bosjes komen voor ons huis. Het regende die dag, maar ze bleef het maar horen. Nieuwsgierig en benieuwd naar wat het geluid was liep Ils naar buiten om de bron te zoeken en daar zag ze een klein zwart katje, natgeregend, bij onze voordeur rennen. Ik heb begrepen dat het niet heel moeilijk was om die kleine zwarte poes te lokken: een plakje kipfilet en hij liep zo mee naar binnen.

Na het werk kwam ik thuis. Ils was al onderweg naar het concert en op de zijleuning van de bank zag ik hem liggen: dat kleine zwarte poesje, toen nog zonder naam. Ik zal eerlijk zijn, ik was gelijk verkocht. We hebben ons best gedaan om een eigenaar op te sporen, maar gelukkig(!) kwam niemand opdagen en bleef dat kleine beestje bij ons wonen.

Nu kwam eigenlijk direct het volgende probleem: één kat mocht al niet in een antikraakwoning, hoe gingen we dat ooit doen met twee katten? Dat was een zorg voor later; we moesten eerst maar eens kijken of ons nieuwe gezinslid gezond was en of het een mannetje of een vrouwtje was.

De volgende dag later ging Ils met de nieuwe aanwinst op de fiets naar de dierenarts. Daar kwamen we erachter dat we een stoere jongen in huis hadden. Zijn oogjes waren ontstoken en hij was waarschijnlijk ergens in april geboren. We kregen een zalfje mee voor zijn oogjes en de geboortedatum mochten we zelf kiezen. En zo kwam er dan eindelijk een echte Karel in ons leven: geboortedatum 28 april en superaanhankelijk.

Geen fan

Kaat was in het begin niet echt een fan van Karel. Bij de eerste ontmoeting wilde Karel zich voorstellen, maar hij kreeg een klap in zijn gezicht van Kaat. Geen succes dus. Toen Karel ook nog uit de brokkenbak van Kaatje begon te eten, waren de rapen helemaal gaar. Nee, Kaat moest op het begin echt niets hebben van haar nieuwe broertje. Maar zoals dat met jonge kinderen gaat: als ze ouder worden, groeien ze toch wat meer naar elkaar toe. Ze begonnen wat interesse in elkaar te tonen en langzaam maar zeker werden ze liever tegen elkaar. En nu, bijna anderhalf jaar later, liggen ze samen bij ons op bed en tegen elkaar aan als het koud is. Ze wassen elkaar en houden elkaar fit. Want geloof me, ze kunnen nog steeds met elkaar over de grond rollen tijdens ‘het gekke kwartiertje’.

Uiteindelijk hadden we besloten om toch maar een “normaal” appartement te zoeken waar katten wel waren toegestaan. Met heel veel geluk ging dit heel snel. Twee maanden later hadden we al een appartement ergens anders en kon ons leven met zijn vieren eindelijk écht beginnen. Wel in een stuk kleinere woning, maar ja, ik zou het zo weer overdoen.

Wat wil je nog meer?

Soms heb je van die momenten dat even alles tegenzit. Als je een domme fout op het werk hebt gemaakt, ergens niet bent aangenomen of gewoon een domme discussie hebt gehad die uiteindelijk nergens op sloeg. Maar als je dan ’s avonds weer naar bed gaat en je ziet die twee weer lekker tegen elkaar aan liggen, je hebt een leuk plekje om te wonen en je kunt nog even lekker dollen… wat wil je dan nog meer?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Wil je meer lezen?

Nieuwe Stadskunstenaar van Helmond: Ilse van Kraaij

Hoewel Helmond vaak bekendstaat om zijn rauwe imago, benadrukt de tekst de sterke sociale verbondenheid en de rijke cultuur van de stad. In dit kader wordt Ilse van Kraaij geïntroduceerd als de getalenteerde nieuwe stadskunstenaar die met haar werk de inwoners verder moet gaan verbinden.

Read More